Recensies

Maandag 19 november 2018
GRAAG MEER ENSEMBLESTUKKEN BIJ WEENSE TUNES
Het was een gewaagde sprong van de Stichting Weense Tunes om de tweede editie uit te breiden met een tweede voorstelling op de zaterdagavond. Vorig jaar was de matinee- en tevens enige voorstelling in een mum van tijd uitverkocht. Dat sterkte de organisatie in de gedachte dat belangstellenden die toen buiten de boot vielen gediend zouden zijn geweest met een uitwijkmogelijkheid een dag eerder, en dus ook wel nu. Voor mij zelf geldt dat dit jaar zeker. De zaterdagvoorstelling stelde mij in de gelegenheid om tevens het jaarlijkse najaars concert van het Belgisch-Nederlands Ensemble Bel Canto op zondagmiddag in de kleine zaal van De Kring bij te wonen (zie elders op ROOSENDAALS PLEIJDOOI), al blijft het natuurlijk jammer dat twee gelijksoortige concertuitvoeringen elkaar (deels) overlappen. Dat moet toch anders kunnen, zou je denken. Graag had ik ook nog de kickboks-clinic in Huize Elisabeth, waar mijn moeder sinds vijf maanden verblijft, meegepakt, maar dat bleek deze zondagmiddag helaas een onhaalbare kaart.
Jacqueline Chamuleau had wat bedenkingen bij het extra concert, zo bleek uit het bericht dat ik vooraf van haar ontving.

‘Omdat we vorig jaar heel wat keren neen hadden moeten verkopen, hebben we nu de sprong gewaagd naar twee uitvoeringen. We bemerken dat het publiek de voorkeur geeft aan een middag en liever niet in het donker de deur uitgaat. Afwachten dus naar het uiteindelijk aantal bezoekers. We maken er een paar mooie uitvoeringen van.

Dat laatste is niets teveel gezegd. Er waren zaterdagavond inderdaad diverse stoelen onbezet, maar gelukkig hanteerde Weense Tunes het Lee Towers motto ‘Ik doe het voor de mensen die er zijn en niet voor de mensen die er niet zijn’. Zodoende werd het in veel opzichten toch een memorabele uitvoering. Maar omdat bij sommige muziekstukken tevens een beroep werd gedaan op het acteervermogen van de solisten is het wellicht beter te spreken van een ‘opvoering’. Artistiek leider Wil Broos weet ongetwijfeld het juiste antwoord. Daar ligt tevens mijn enige puntje van kritiek op deze voorstelling. Meer ensemblestukken met ook scenische dynamiek tussen de solisten zal een derde Weense Tunes –die er ongetwijfeld gaat komen- nog sterker maken. Enkele uitstapjes buiten het gekende operette-repertoire juich ik eveneens van harte toe. De musical ‘Sound of Music’ biedt daartoe alle gelegenheid, en wat zou ik het enorm dapper vinden indien het artistiek team het aandurft om ‘Tomorrow belongs to Me’ uit de musical/film ‘Cabaret’ op het programma te zetten. Het lied is omstreden omdat het in de musical/film door een jonge Duitse Nazi wordt gezongen, maar inhoudelijk is het gewoon een loflied op de vele (natuur)schatten die het Duits/Oostenrijkse grensgebied te bieden heeft.
Dit is wat Wikipedia hierover vermeldt:
Het nummer ‘Tomorrow Belongs to Me’ wordt halverwege de film gezongen door een jonge Duitser op het terras van een Duits café. Als de camera langzaam achteruit gaat, zien we dat de jongen zijn rechterarm heeft geheven in de Hitlergroet. Aan het eind van het nummer staan alle figuranten met hun rechterarm omhoog. ‘Tomorrow Belongs to Me’ benadrukt de dreiging van de opkomende Nazi-partij NSDAP en de daaropvolgende dictatuur. Het krijgt hierdoor een huiveringwekkende bijklank, ondanks dat het lied meer de schoonheid van het Duitse vaderland beschrijft. Kander en Ebb schreven het nummer in de stijl van een Duits bierlied, zoals dat werd gezongen in Duitse kroegen. Als gevolg van de enscenering van het nummer met de Nazi’s die de Hitlergroet brengen krijgt het nummer de stijl van een nazilied. In de Broadwaymusical wordt het eerst gezongen in de Kit Kat Klub en later op een feestje in Berlijn. In alle gevallen wilden Kander en Ebb de dreigende opkomst van de nazi’s benadrukken. Maar veel bioscoopbezoekers zagen het als een antisemitisch nummer. Dit is op zich een merkwaardige beschuldiging want de tekst is beslist niet anti-Joods, iets wat ook vreemd zou zijn, aangezien Kander en Ebb beide Joods waren. Buiten de film ging het nummer een eigen leven leiden en werd het opgenomen en uitgevoerd door rechts-extremistische rockbands’.

Wellicht toch wat te heftig voor ‘Weense Tunes’ misschien, het is wel een interessante gedachte. Maar in deze vorm scoort het concert toch ook een ruime voldoende. Alvorens het koor aantrad, maakte het publiek kennis met mezzo sopraan Hansje van Welbergen en tenor Nick van Kuipers, twee talentvolle bijna afgestudeerde studenten van de Fontys Hogeschool in Tilburg (al heet het tegenwoordig dacht ik anders). Beiden kwamen me meteen zo bekend voor dat het haast niet anders kan dan dat zij een keer zijn meegekomen met directeur Martyn Smits voor een zondagochtendpresentatie in De Kring. Maar liefst drie duetstukken (Johan Strauss jr, Jac Offenback, Franz Lehar – geen broer van Beth Lehem, zoals het bekende grapje luidt) kregen de bezoekers als voorafje aangereikt. Hansje demonstreerde haar expressieve vermogen in ‘Ich lade geren mits Gaste eind’ uit ‘Der Flederus’ , eveneens van Strauss jr. Nick bezong hoe hij als vogelvrije jongen zonder geld(zorgen) door het leven zwerft, waarvoor hij schatplichtig was aan ‘Ik hab kein Geld bin vogelfrei’ uit ‘Der Bettelstudent’, van Karl Millocker. Het solistenensemble bestond deze keer uit (eigen kweek) Piet van der Hoeven, de Belg Koen Vereertbrugghen, Nico Bolmer (de maestro van de meezingochtend op woensdag in Huize St. Elisabeth) en natuurlijk die wederom verrukkelijke Angelique Wardenier. Op het moment dat ik me afvroeg of Angelique de bron van de eeuwige jeugd heeft ontdekt, informeerde mijn buurvrouw van die avond ‘zeg, hoeveel jaren zou Angelique inmiddels tellen?’. Waarschijnlijk kan Google daar antwoord op geven, maar in mijn beleving is Angelique ‘forever sweet sixteen’’. Nou ja, dat is ook weer wat overdreven. Maar ‘sweet thirty’ toch zeker. Ze klonk hoe dan ook in ieder geval weer uitermate hemels. Liefhebbers van sterke drank plachten zich uit te drukken in termen als ‘Alsof er een engeltje over mijn tong fietst’. Angelique fietste daar in Rottier Dance Studio als een engel door mijn twee oren en over mijn netvlies, waar gelukkig nog niets aan mankeert.
Er schoot me voorts nog een strofe uit een openingslied van Wim Sonneveld te binnen, bestaande uit een denkbeeldig gesprekje tussen vooraanzittende bezoekers (man en Vrouw) in de zaal, door Sonneveld betiteld als een groot, lief monster, een veelkoppig beest.
‘Zeg, hoe oud zou die Sonneveld eigenlijk zijn?’
‘Nou, hij staat in het boek ‘Honderd Jaar Cabaret’ , dus hij moet minstens in de tachtig zijn, denkt u niet?’.
‘Nou, dan ziet hij er toch nog lekker uit voor tachtig, vindt u niet?’
‘ (antwoordt niet). Zeg kijk eens in het programma boekje, daar staat hij in met een kale kop, en kijk eens op het toneel……’
‘SSSSSSSSTTTTTTTtttttttttt…. (voor de niet kenners, Sonneveld droeg immer een pruik of in ieder geval een flink haarstuk op de buhne)
Op Angelique’s haar viel evenmin iets op te merken of af te dingen. Over de Vlaamse gastzanger Koen Vereertbrugghen wil ik slechts een ding opmerken: een uitstekende performer, wel iets te jong nog voor Angelique (of spreekt hier een enigszins afgunstige geest?), gezegend met een krachtig maar warm stemgeluid, Slechts in ‘Gruss mir mein Wien’ uit ‘Grafin Mariza’ kwam hij wat ‘strottenhoofdkracht’ tekort, maar dat zal Koen zelf ongetwijfeld ook gemerkt hebben. Na het officiële programma werden bij wijze van toegift de skrapatsen van die kleine ‘Garden Officier’ ensemblesterk bezongen. Een gepast einde, en toch hoop ik stiekem dat de stichting het ook volgend jaar aandurft tot een tweede concert (op de zaterdag, maar mag wat mij betreft ook op vrijdag) te besluiten.
Weense Tunes – Directie Wil Broos, repetitor Maurick Reuser, met als solisten Angelique Wardenier, Koen Vereertbrugghen, Nico Bolmer, Piet van der Hoeven , Hansje van Welbergen (gast) en Nick van Kuipers (gast). Presentatie Jacqueline Chamuleau. Gezien door Jaap Pleij op zaterdag 17 november in Rottier Dance Studio.

 

————————————————————————————-

Klik hier voor recensie .